Aardbeienkindertjes

Op weg naar Amsterdam, tussen Muiden en Muiderberg kwam ik ze tegen, Aardbeienkindertjes. De eerste reed op een skelter, de tweede zat in het karretje er achter. “Mevrouw, mevrouw, komt u aardbeien kopen. Ze zijn heel lekker. Het is even verder op.” Zonder mijn antwoord af te wachten reden ze voor me uit. Onderwijl vertellend dat hij wel in het karretje moest zitten, omdat ie geblesseerd was. “Met voetballen.” Bij de oprit, even verderop, stond een hele schare mij op te wachten. Op de vraag wie hier nu woonden praatten ze allemaal door elkaar heen. Het leken de Stampertjes wel. Ik begreep dat Esmee er woonde, met zijn twee broers, waarvan dus de ene geblesseerd was. En dat er een vriendje, met broertje, was. En nog iemand. Ik koos voor de verse aardbeien, en aardbeienjam.
Terwijl ik helemaal niet van aardbeienjam hou. En nu is de pot al bijna leeg. Het was superlekkere.

Dit vind je misschien ook leuk...