Eén streep

Bij ons mooi plekje op de dijk hoort een hooikap, die dienst doet als schuur. Niet heel erg groot, maar vier fietsen kun je er, en nog heel wat meer, met gemak in kwijt. Lucas was een ordelijk mens, maar van de schuur maakte hij een puinhoop. Als ik een hamer nodig had, kon ik het beter bij de buren lenen, want in de schuur kon ik niks vinden. Hij beloofde de schuur te gaan opruimen, zodra hij met zijn wethouderschap klaar was. Het is er niet van gekomen.
Gisteren heb ik het met twee vrienden uit Kloosterhaar aangepakt. Morgen kan een kar vol naar de stort en kringloop. Maar ik gooi niet alles weg. Ik heb ook veel moois gevonden, waarover later meer. Ik beperk me nu tot de plunjebaal uit het leger.
Lucas was tankchauffeur op een AMX, hij deed dit werk met plezier. Zijn taak was militairen in opleiding naar de hei te rijden. Terwijl deze jongens door de modder ploegden, deed hij ondertussen een dutje. ’s Avonds had hij dan alle energie om gezellig te doen.
In aanloop naar dit chauffeurswerk werd hij gescreend op een hogere functie in het leger, maar hij viel al in dag één af, omdat hij te veel genegen was tot overleg, en dat is in het leger niet de bedoeling. In mijn herinnering heeft hij er op enig moment nog een streepje bij gekregen, maar in de plunjebaal vond ik er maar één. Wat ik ook vond was het ‘Reglement betreffende de krijgstucht’. Artikel 1a zegt: “Daar de godsdienst de bron is van alle geluk, deugd en ware moed, behoort ook in de krijgsstand een ieder zich tot het hooghouden daarvan en tot een zedige levenswijze te bevlijtigen; de godslasteringen, het vloeken en zweren moeten worden nagelaten en zullen meerderen hierin en in al wat handhaving der goede zeden kan bevorderen, hun minderen met een goed voorbeeld voorgaan, en alle buitensporigheden algemeen vermeden moeten worden.
Artikel 2 zegt: “De ondergeschiktheid is de ziel van de militaire dienst.’
De rest lees ik geloof ik maar niet.

Dit vind je misschien ook leuk...