Jurk

Het druilerige weer houdt me van de straat, en dwingt me tot binnenklussen. Gisteren en vandaag stond ‘verstelwerk’ op de lijst. En nu is het klaar, met als hoofdact mijn fietsjurk. Van Merinowol, en ik zweer er bij.
Merinwol heeft als eigenschap dat je er in kunt zweten, zonder dat je gaat stinken. Er schijnen zelfs fietsers te zijn, die er de wereld mee rond fietsen, zonder wasbeurt. Zo bar maak ik het niet, maar ik hou het er zeker wel een weekje in uit. Daarbij draagt het heerlijk. ’s Ochtends en ’s avonds er een legging onder, een vestje of jasje er op. Je kunt er een museum of kerk mee in, of een terras mee op. Iets beters ken ik niet.
Op de foto draag ik de jurk in Venetië – in 2012. Aan het eind van deze vakantie was hij eigenlijk op. Niet dat de gaten er in vielen, maar de kleur verdween. Het zwart was bruin geworden, vooral op de plekken waar ik nat van het zweet was geweest. Bijna overal dus, maar niet op de plekken waar een slip of beha zit, dus het effect was wat vreemd. Omdat er geen fijnere jurk bestaat, kocht ik eenzelfde. Maar ondanks dezelfde maat zat deze van meet af aan minder. En in gebruik werd het niet beter. Hij viel wat kleiner, ik werd wat dikker, het was eigenlijk mijn jurk niet meer. Stad en land en internet afgezocht, maar een vervanger was er niet.
Vandaag heb ik van beide exemplaren één jurk gemaakt: door twee banen in de zijnaden heb ik wat extra (leef)ruimte gecreëerd, en van resterende stof heb ik steekzakken gemaakt.
Ik kan me voorstellen dat er lezers zijn die meer essentiële onderwerpen verwachten bij een reis als dit. Maar dat komt nog. Vanaf heden ben ik weer in de lucht.

Dit vind je misschien ook leuk...