Kat met drie poten

De reis gaat goed, en ik voel me goed. Heel goed zelfs. Zo nu en dan gaat er iets fout, maak ik een onnodig ommetje op het eind, of heb geen eten voor de avond. Maar alles komt steeds goed, en dat geeft vleugels.
Tot de afgelopen nacht even. Maarten komt twee nachten op Beer passen, en meldt zich aan het begin van de zaterdagavond. Zegt niks over Beer, ik vraag zekerheidshalve ook niets. Ook omdat voorgaande bakjesvullers al hadden aangegeven Beer niet te hebben gezien. Wel soms melding van een leeg gegeten bakje, maar daar bleef het bij.
Beer is nogal uithuizig, niet echt heel gezellig. Overigens wel weer in de nacht van mijn vertrek. Keurig op bed, ’s ochtends nog even het nieuws op de i-Pad meegekeken. Zich daarna uit de voeten gemaakt, zonder afscheid, dat dan weer niet.
Twee jaar geleden ging ik voor het eerst een weekje weg. Ik had toen Muis nog, en die heb ik daarna nooit weer gezien.
Maar Beer is een andere kat, sowieso al niet zo huiselijk. Ook lichtgeraakt. Terug naar gisteravond. Na een dag fietsen, wil de slaap wel komen, dus ging ik bijtijds naar bed. Om twaalf uur schrik ik wakker van mijn telefoon. Maarten: “Geen Berend te zien” Op zich niet heel verrassend, maar juist nu niet het bericht wat ik wilde horen. Dit kwam me niet uit, ik was klaarwakker en sliep voorlopig niet weer in.
Die rot kat! Zou ik er voor kiezen de volgende dag de buurt te mailen, met de vraag om te zien naar Beer? En/of Maarten vragen met een belletje de dijk af te fietsen? Voorzien van een speciale reistas, zodat ze beiden heelhuids thuis zouden komen? Of niets doen? Hij meldt zich wel. Thuis of elders. Klere kat!
Zonder kat leven is praktischer, maar zo stil. Een eventuele volgende kat haal ik uit het asiel. Oud en dik, en bij voorkeur met drie poten. Die komt dan niet ver.
Ik slaap weer. 2:35 uur, de telefoon, Maarten: “Berend is weer van de partij.”
Pfff…..

Dit vind je misschien ook leuk...