Muis en zijn voorgangers

In ons eerste huis, in Kloosterhaar, hadden we aanvankelijk geen poezen, maar toen onze vriendin Coby van haar huisbaas de poezen van de hand moest doen, namen wij ze over: Tol (van Tol Hansse – van ‘Big City’) en Otto. Hoewel het mooie en lieve poezen waren, was het verblijf in ons huis geen groot succes. We woonden aan een drukke weg, een kat werd daar normaliter niet ouder dan één jaar, dus ze behoorden binnen te blijven. Maar ze ontsnapten vaak. De ene ging op enig moment terug richting Hardenberg – hij werd tenminste in Bergentheim gesignaleerd. De andere, ik geloof Tol, sloop buurhuizen binnen, hij had het vooral gezien op de stoel van de huisarts. De mevrouw van de huisarts belde met enige regelmaat om ons te zeggen dat onze kat hún kat uit de stoel verdreef. Uiteindelijk bleven ze weg, allebei.
Daarna kwamen de eerste jonge poesjes, van een boerderij in Balderhaar, katten van een vriend van Kees -Lucas’ broer- hadden jonkies. Verschillende moeders, waarschijnlijk dezelfde vader. Ze kregen als namen Pied Boeuf, omdat we in België hadden gefietst en daar dat bier hadden gedronken, en Bas Berenpoot Boshove. Bas was de schootkat van Lucas, Pied Boeuf zat graag bij mij op schoot. Twee katers in een huis, zonder dat ze naar buiten konden, was niet altijd succesvol. Ze konden enorm ruzie maken, waardoor Bas uiteindelijk zo gestresst raakte, en aan de kalmeringsmiddelen moest. Lucas maakte een gat in de muur, en aan de zijkant een ren, zodat ze in ieder geval wat frisse lucht konden inademen.
Ze verhuisden mee naar Hasselt, in een krat, waarbij Bas de hele weg klagend bleef miauwen. In Hasselt, aan de Rosmolenstraat, was het niet zo druk, ze mochten naar buiten. Maar met name Bas durfde dit niet. Die heeft eerst veertien dagen in een grote kast gewoond.
Maar daarna ging het beter, de ruzies tussen hen werden minder, ze gingen op stap. Bas wat voorzichtig, Pied Boeuf maakte langere uitstapjes. Die bleef ook wel eens een aantal dagen weg. Heerlijk naar hooi ruikend kwam hij dan terug – er was toen nog een stadsboerdrij in Hasselt. Ze verhuisden mee naar de Regenboogstraat. De geboorte van Simone was voor hen niet het begin van een vreugdevolle tijd: als ik met Simone op de arm beneden kwam stond, met name Bas, al bij de achterdeur om naar buiten te kunnen.
Uiteraard deed Simone hen geen kwaad, maar ze waren niet van een indringster gediend. Denk ik. Al voor Simones eerste verjaardag waren ze dood: Pied Boeuff lag zonder enige aanleiding dood in de tuin, en Bas kreeg kanker aan zijn oog. We lieten hem opereren, de rekening daarvan was nog niet betaald of ook het tweede oog raakte aangetast. Wij lieten hem een spuitje in een kliniek in Emmeloord geven. Lang nog schoot ik vol als ik op een verkeersbord ‘Emmeloord’ zag.
Na hen kwam Thomas. Thomas was ook een boerderijkat, afkomstig uit Den Velde, van de ouders van zwager Luuk. Een mooi zwart beest, hij is 7 jaar geworden, waarvan de laatste 9 maanden terminaal. De kinderen zijn opgegroeid met Thomas. Hij heeft een mooie begrafenis gehad.
En toen kwam Muis. Klein, grijs/zwart getijgerd, vandaar die naam. Muis was een jonkie van de kat van de zoon van Femmie Tuin, onze toenmalige gemeentebode. Het grijze en kleine verdween, het werd een grote zwarte kat. Een grote vriend van ons vieren.
Hij overleefde de overstap van de gracht naar de dijk goed, hoewel hij aanvankelijk, net als Bas veilig binnen bleef. Zijn bescheidenheid nam af, hij vergrootte zijn territorium. De wei achter ons huis is van buurman Gerrit, maar dat was Muis niet aan het verstand te krijgen: met luid misbaar joeg hij Gerrits kat het weiland af. Ook grote buurhonden joeg hij bij de voordeur vandaan, de dijk af, en ook tegen aankomen lopende kleine poesjes was hij erg boosaardig. Hoewel hij op enig moment bevriend raakte met buurkat Deejay.
Muis zat vastgeplakt aan Lucas. Als Lucas na thuiskomst aan zijn gemakkelijke stoel toe was, stond Muis al klaar om op zijn schoot te klimmen. Een dikke kat is warm, het beperkt je bewegingsruimte, dus ook Lucas zei met enige regelmaat: “Rot toch eens op, ga op de bank zitten” Maar wel liefkozend uitgesproken, dus als Muis bleef zitten was dat ook altijd goed.
Na Lucas overlijden wilde Muis niets van hem weten. Tot de laatste uren, opeens ging Muis bij Lucas liggen. Na Lucas begrafenis ontdekten we dat Muis behoorlijk ziek was. Hoewel hij er weer goed bovenop kwam, bleef ik hem verdrietig vinden. Nu is hij al een week onvindbaar, buurpoezen zitten op ons terras. Ik denk dat hij dood is.

Dit vind je misschien ook leuk...