Omgekeerde verliefdheid

Onlangs keek in naar ‘Kijken in de Ziel, de achterblijvers’ van Coen Verbraak. Hij laat mensen aan het woord die te maken hebben gehad met verlies.
Een kind, een broer, een vriend, een partner, ouders. Alle varianten kwamen voorbij, maar degenen die een partner hadden verloren raakten mij het meest.
Aan het woord kwam Frank Sanders, de partner van Jos Brink. Hij vertelde dat ze samen weinig spraken over de dood van Jos. Als hij al eens vroeg wat hij voelde of dacht, verwees Jos naar boekjes die hij hier over geschreven had. Wreed en raar, zou je kunnen denken. Maar herkenbaar voor mij, omdat ook Lucas soms méér schreef dan dat hij zei. Sommige mensen zijn zo.
Het meest herkende ik mij in de 50 jaar jonge weduwe. Ze vertelt dat ze steun had aan appjes, berichtjes, mailtjes, kaartjes. Aan mensen die laten merken dat ze aan haar, of aan haar overleden man, denken. Maar ook dat ze een soort adrenaline voelt stromen als iets lukt of zelf opgelost krijgt.
Waar zij, en ik, allergisch voor zijn, zijn opmerkingen als “Je kunt altijd bellen hoor. Of langs komen om mee te eten.”
Juist dat doe je niet als je verdrietig bent.
Na de dood van je geliefde word je aan ander mens. Er ontstaat een andere ik.
Het mooist wat ik hoorde was de omschrijving van rouw: Een vorm van omgekeerde verliefdheid.

Dit vind je misschien ook leuk...