Pelgrimeren

Vandaag ben ik de spoorbrug naar Hattem overgewandeld. Op 19 april, vorig jaar, liep ik met Lucas onze laatste etappe van het Maarten van Rossumpad. Vanuit Steenwijk waren we tot aan het Engelse Werk, bij Zwolle gekomen, vanuit Den Bosch tot aan Buren.
Hoewel Lucas van zichzelf bleef zeggen dat hij geen wandelaar was, hebben we hier beide heel veel genoegen aan beleefd. Het zijn voor mij mooie herinneringen.
Bij zijn afscheid als wethouder had hij van collega’s een voucher gekregen voor bier en bitterballen, voor na het wandelen. We hebben deze na een wandeling van 8 km. bij het Engelse Werk besteed. Het was een mooi cadeau, ik denk er nog vaak aan terug.
Maar met Lucas’ overlijden bleven er nog 190 niet gelopen kilometers over. Ik had bedacht een kleine etappe alleen te doen, de brug naar Hattem. De overige loop ik in etappes met vrienden en familie: de zuidelijke als meerdaagse, van Hattem naar Arnhem als dagetappes. Ik heb al wat afspraken gemaakt voor deze zomer, maar wie het fijn vindt om met mij een dagtocht te maken, nodig ik bij deze van harte uit.
Maar vandaag ging ik alleen, aan de overkant zou ik door een oud-collega van Lucas, met bier en bitterballen, worden opgewacht. Dat deel van mijn plan is meer dan goed gelukt, maar daarvoor ging het even goed mis.
Ik vertrok op de fiets richting de pont naar Hattem. Maar voordat ik daar was, ging ik met het Haersteveer. Door de pontbaas hiervan werd ik afgeleid, en liet daardoor mijn rugtas met zonnecreme, water, reepjes én portemonnee achter. Pas bij het veer naar Hattem kwam ik daar achter, waardoor ik zonder geld, water enz. aan de wandel moest.
De wandeling was verdrietig, maar vooral ook fijn. Het is mooi om op deze manier wandelend bij Lucas te zijn.
De wandeling duurde korter dan verwacht, waardoor ik ver voor het afgesproken tijdstip in Hattem was. En zonder geld, water, enz. is dat eigenlijk wel vervelend. Maar voordat ik ook daarover kon treuren, kwam ik dé gemeentebode van Hattem tegen, ónze Femmie. En Femmie zou Femmie niet zijn, als ze mij niet zou meenemen, haar stadhuis in. Ik werd voorzien van heerlijk brood en soep. Ze gaf mij ook nog geld om de pont over de IJssel te kunnen betalen.
En ook daarna was het heel gezellig.
De Haersterveer-veerman had op mijn tas gepast; het was een mooie dag.

Dit vind je misschien ook leuk...