Pieterpad 2

Honderd jaar geleden zag Drente er heel anders uit: een gebied met zandverstuivingen en heidevelden. In 1920 begon men met bos aanplanten, behalve dat het werk was voor ‘gewone’ werklozen was dit ook bedoeld voor landlopers, dronkenlappen en veroordeeelden uit opvoedingsgestichten zoals Veenhuizen en Ommerschans. Zwaar werk, vooral voor degenen die het niet gewend waren. Wie weigerde verloor zijn recht op ‘steun’. In feite was het een vorm van slecht betaalde dwangarbeid.
Deze geschiedenis van de de bossen ken ik uiteraard wel, maar wanneer je daar een aantal dagen achtereen in stilte loopt, realiseer je je dat des te meer. Ook de ‘flintenwegen’ zijn onder diezelfde dwang tot stand gekomen. Bij de ontginning van de heide kwamen deze keien naar boven, en werden o.a. gebruikt om de boswegen te verharden.
De bossen zijn vooral als productiebos aangelegd. De steile stammetjes waren goed bruikbaar voor de mijnbouw. Naast deze productiebossen liep ik ook nog in een andersoortig bosje, in het compensatiebosje ‘Sparrenbos’. De winkelketen De Spar heeft dit moeten aanleggen voor de bouw van een distributiecentrum elders in Drente. Zo doen we dat, in ons land.
Ik vind het mooi om wandelend na te denken over hoe ons land met steeds weer nieuwe inzichten wordt heringericht. Eind 1800 werden met moeite de laatste hunebedden gered, in de zestiger jaren werd er lustig herverkaveld, en beekjes gekanaliseerd.
In deze tijd wordt er door veel mensen heftig geklaagd over die ‘absurde’ natuureisen; ik denk dat we maar een beetje goed kunnen maken wat er in die naoorloogse tijd is verknald.
Het Ballooërveld is het grootste restant ‘woeste’ heide in Drente. Nooit bebost dankzij de functie als militair oefenterrein. Het Pieterpad volgt een breed zandpad, ooit een onderdeel van de ‘snelweg’ Coevorden – Groningen. Het is flink mul, en met wat tegenwind doe ik er lekker lang over. Vooral door het meeschijnend zonnetje geen straf.
Deze driedaagse route is vooral mooi omdat de rechthoekige bospercelen worden afgewisseld met vennetjes en kleine mini-mini riviertjes, zoals de Schipborgse en het Andersche Diep.
De Drentse dorpen die ik passeer, kunnen me niet echt bekoren. Ik overnacht in Anderen, de boerderijen zijn nagenoeg allemaal omgebouwd tot herberg, groepsaccomodatie of andersoortige recreatie-voorzieningen. En hoewel er héél veel Pieterpadlopers zijn, kunnen ze daar toch niet allemaal rijk van worden.
Ik ben in deze drie dagen van Schipborg (onder Zuidlaren) naar Schoonoord (boven Sleen) gelopen, een etappe van 44 km. Een beetje doorloper doet dit in twee dagen, maar ik geniet er drie dagen van: ik start wat traag, en loop niet snel. Maar ik vind het fantastisch om te doen, en zie uit naar wat komen gaat.

Dit vind je misschien ook leuk...