Pieterpad 5.2

Vanochtend begon de dag met hanengevechten in Groesbeek. In een grote tent, bij een café kwamen mannen met hanen bijeen. Voor € 10, per haan mocht worden deelgenomen. Tot aan het begin van de wedstrijd zaten ze nog onder doeken, zodat ze dachten dat het nog nacht was. In groepjes van tien werden ze naar de wedstrijdarena gebracht. De scheidsrechter stond klaar: wie het vaakst kraaide had gewonnen. En dan écht kraaien! Een wat onecht gegorgel achterin de strot telt niet.
Deze wedstrijd heb ik overigens niet live meegemaakt, ik hoorde het op de radio toen ik nog in bed lag. Was ik met de fiets geweest, dan had ik er een ommetje voor gemaakt, maar aangezien het strijdtoneel aan de andere kant van Groesbeek lag en niet in mijn richting, was dit niet haalbaar. Door een wat uit de hand gelopen nachtrust en de 20 kilometer die op het programma stonden voor deze dag, had ik de tijd hard nodig.
De route ging over bergjes en graspaden, en dat loopt best wel zwaar. Even ten noorden heb ik nog even een ommetje gemaakt om stil te staan bij een Canadese begraafplaats. 2600 jonge mannen liggen daar begraven. Het blijft toch altijd moeilijk te begrijpen dat zo veel jonge jongens zijn omgekomen voor onze vrijheid. Regeringsleiders maken keuzes, en soldaten gáán.
Verder had ik nogal wat tegenslag te verwerken, vandaar ook dat patatje als illustratie. Op deze tweedaagse had ik niks aan mijn GPS. Op de valreep had ik de routes gedownload, maar die waren ergens in de gedrochten van het apparaat verdwenen. Mijn drinkflesje heb ik in het hotel laten staan, de telefoon en de powerbank werken niet cq lopen leeg en tissues oid voor tussentijdse sanitaire stops had ik vergeten. Om die reden legde ik Leuth bij een cafetaria aan voor wat stroom en servetjes, maar om daar nu botweg naar te vragen, leek mij wat lastig. Vandaar dat bakje patat.
Wanneer je met een ander loopt kun je oneindig jeremiëren over zoveel stoms, maar nu ik alleen loop ben ik daarover gauw uitgedacht: gewoon beter nadenken de volgende keer.
Tegen het eindpunt sprak een echtpaar me aan: “U wandelt lekker?”
Zekers. “We zagen u al bij Beek de weg oversteken, en nu al weer.” Ze maakten zelf een klein rondje en waren schijnbaar nogal verbaasd dat ik in mijn uppie zo’n doorgaande tocht maakte. Maar leuk is het altijd wel, zo’n praatje.
De terugreis ging wat minder vlot dan de heenreis: twee keer een half uur wachten op bus en trein. Maar de auto stond gelukkig startklaar, en thuis wachtte Beer, zoals meestal, heel lief op me.

Dit vind je misschien ook leuk...