Verstoord woongenot

Het is hier een plaatje. De zon komt op, en beschijnt de bosschages achter de kolk.
Maar het beeld vertekent.
Vochtige lucht draagt geluid, de herrie van de N331 en de A28 is hier erg goed hoorbaar. Als een doorgaande, doordringende dreun komt het hier bij ons. Niet naar binnen. De deuren en de ramen hou ik vanwege heteluchtverwarming potdicht. Een mechanische systeem zorgt voor frisse lucht.
Maar er is hier meer herrie. Van grote tractoren langs het huis, of op de dijk aan de overkant. Blaffende honden, gakkende ganzen (leuk), een voorbij trekkende koekoek (soms irritant) en de kwartelkoning. Niet vaak, en daarom fantastisch.
Binnenkort komt daar het geluid van vliegtuigen bij. Veertien per dag. Of zestig.
Er wordt volop geklaagd. “Waarom de uitbreiding van Lelystad, en niet in Eelde, Eindhoven of Enschede?”. Kortom ‘Not in my backyard’.
Ik heb als verweer dat wanneer we allemaal willen vliegen, dit het resultaat is. En dat de westerlingen al veel langer in die herrie leven. “Maar zij zijn gaan daar wonen, zij wisten dat het daar niet stil is.”
Ik vind het een gotspe, het gemak waarmee men het op anderen wil afwentelen.
Gisteren las ik in de Volkskrant een ingezonden brief van een inwoner van Castricum. Zij schrijft dat met de komst van de Polderbaan in 2002 het daar met de rust is gedaan. Zij werden zoet gehouden met dat de overlast echt zou meevallen. Alleen af en toe wat gebrom in de verte. “Inmiddels bulderen hier dagelijks vliegtuigen over onze hoofden, op 600 meter hoogte, dag en nacht.”
Een maatregel zou zijn kunnen zijn dat we het idiote idee moeten loslaten dat Schiphol bij de beste (grootste) van de wereld wil horen. De meeste reizigers zijn overstappers, en hebben niks bij ons te zoeken.
Maar ik denk dat we moeten lijden. We krijgen de rekening van onze eigen leefstijl gepresenteerd. We kunnen hooguit het kwaad voor heel Nederland wat verminderen door minder te gaan vliegen.
Laten we het vliegen volop belasten, en pleziervluchtjes ontmoedigen door de prijzen te verhogen. Voor ‘de kleine man’ is dit natuurlijk sneu, en kunnen, net als voorheen, alleen nog de rijken vliegen. Om die ongelijkheid weg te poetsen moet het het maar een algemeen recht worden: één keer per vijf jaar op vliegvakantie. Gewoon de bijstandswet wat oprekken. Arme kindertjes hebben tegenwoordig ook al recht op een iPhone, dus een vliegreisje erbij moet kunnen.

Dit vind je misschien ook leuk...