Volhardende spreeuw

Vijf dagen geleden trof ik op het terras twee vogeltjes aan. Eén dode en één angstig smachtende. Al vrij groot, met nog weinig veren. Ik wist me met de nog levende geen raad. Vrienden (twee echte, en twee Vrienden op de Fiets) wisten het ook niet. Wij allen besloten tot dom toekijken. Het resultaat daarvan was dat de dode door de fietsvriend manmoedig naar de bosjes werd gebracht, en dat de levende verdween in een opening bij de regenpijp, op het terras.
Omdat de volgende dag de moederspreeuw zich ongelukkig krijsend bleef melden bij dit gat, was mijn conclusie dat daar het jong nog zat, en leefde. Ik hoorde of zag hem niet, maar de moeder bleef er maar naar kijken. Haar wurmen daar droppen deed ze niet, maar zij ging er wel steeds naar terug.
Ook op zondag zag ik en hoorde ik steeds die paniekerige spreeuw. Inmiddels behoorlijk schor. Het viel mij op dat de spreeuw dit geluid maakte, met wurmen en al in de bek.
Dit schorre gekrijs bleef aanhouden: zondag, maandag. Ik begon me er geleidelijk aan te ergeren. Ook omdat het bij mij onder de dakpannen wemelt van de spreeuwen, dus die ene minder moet toch niet zo’n punt zijn.
Tot vanochtend ik op de vlonder beneden een jong zag, hét jong!!
Inmiddels al wat beter in de veren. Het woont tussen de Lelietjes van Dalen en hipt de vlonder op om zich te laten voeren. Er een foto van maken is me nog niet gelukt, maar het zit er echt!
Maar we zijn er nog niet. Beer is er ook, hij zit soms ook op de vlonder, met als gevolg enorme krijsen van de spreeuw. Maar Beer gaat ook weer, die doet voorlopig alleen nog maar een vlieg kwaad. Er wonen echter meer katten in de buurt, grote rode.
Het moet haast fout aflopen, maar ik hoop dat niet te mee te maken.

Op de foto het hoge terras waar hij verdween, en de lage vlonder, met zitje, waar het leven zich nu afspeelt.

Dit vind je misschien ook leuk...